Tijd / Time

TIJD

 

Alle sporen lopen dood in de zomer.

Ik word woest van de zon die lager staat.

Het voetbalseizoen begon om pionnen te zetten voor conditie die weg is.

Hoe zal het gekke leven het gekke leven afzweren?

De maan is rond als een wiel, de dag heet en de nacht zwoel.

Ik denk in eeuwigheden. Ik ben altijd 

bezig voor het nu.

 

Ik jaag de seizoenen op.

Appelbloesems verdrijf ik met sneeuwklokjes, de koude

Oostenwind drijf ik met hondsdagenweer voor me uit.

Knoppen, bloemen, vruchten, dooie bladeren.

De maan jakkert in een slaapzucht rond ’t huis.

Voorjaar, zomer, herfst en dooie winter

veeg ik op een hoop.

 

 

Ik hark de bladen aan.

Ik strooi nieuwe grond op oude, druk de bollen aan.

Ik leg de stenen neer.

Ik leg de stenen neer en plant een nieuwe moestuin aan.

Ik meet de bedden op.

 

 

Ik ben me bewust van de helft,

Van de pluizige rietsigaren in de sloot,

De onomkeerbaarheid van de seizoenen en het einde

Van de vruchtbaarheid; en dat het leven geen (over)

Draagster is van leven. 

Tijd is banaler dan het leven en

niet te verdragen.

 

 

En het land ligt droog.

De wrede zeeklei heeft dorst van het zogen

Van de zeegrassen die

In de grond beten als gulzige biggetjes.

De zeeklei is een zeug.

 

 

TIME

 

All trails run dead in summer.

I get angry at the sun that hangs lower.

The soccer season started to put markers for form that has gone.

How will crazy life swear off crazy life?

The moon is round as a wheel, the day hot and the night sultry.

I think in eterneties. I am always

busy for the present.

 

I urge on the seasons.

I drive away apple blossom with snowdrops, I drive on the cold

Eastwind with dog days’ weather.

Buds, flowers, fruit, dead leaves.

In a sleeping sigh the moon whips around the house.

Spring, summer, autumn and dead winter

I sweep into a heap.

 

I rake up the leaves.

I spread new earth upon old, press down the bulbs.

I lay down the stones.

I lay down the stones and plant a new kitchen garden.

I measure the beds.

 

I’m aware I’m halfway,

Of the fluffy reed mace bulrushes in the ditch,

The irreversibiliy of the seasons and the end

Of fertility; and that life is not a transmittor of life. 

Time is more banal than life

And unbearable.

 

And the land is dry.

De cruel sea clay is thirsty from 

The sea grasses that

Bit in the ground like greedy piglets.

The sea clay is a sow.

Translation: NeedSer, Thesinge

ontwerp: ehgz.nl & realisatie: webstove